Energieprestatieberekening volgens NTA 8800
De energieprestatieberekening wordt opgesteld conform de NTA 8800. Hiermee wordt het gebouwgebonden energieverbruik van het gebouw bepaald. Uitkomsten uit deze berekening zijn verschillende indicatoren. Voor de berekening van het puntenaantal voor deze credit wordt gekeken naar het Primair fossiel energieverbruik (EwePTot).
Primair fossiel energieverbruik (EwePTot/ BENG 2)
De primair fossiele energie-indicator (EwePTot) wordt vastgesteld conform de NTA 8800. Dit is de optelsom van het jaarlijkse primair energiegebruik voor verwarming, koeling, warmtapwaterbereiding, ventilatoren, verlichting en bevochtiging. Opgewekte energie door bijvoorbeeld zonnepanelen of andere hernieuwbare energiebronnen wordt hier van afgetrokken.
Energielabel conform basismethode:
Deze methodiek kon voor de invoering van de NTA 8800 gebruikt worden om de energieprestatie van gebouwen te berekenen.
Bij de basismethode wordt het energielabel vastgesteld op basis van de berekening van de Energie-Index, conform BRL 9500-00 ‘Algemeen deel’ en BRL 9500-03 ‘Energielabel, bestaande utiliteitsgebouwen’.
Energielabel conform detailmethode:
Deze methodiek kon voor de invoering van de NTA 8800 gebruikt worden om de energieprestatie van gebouwen te berekenen.
Met name voor de zeer energiezuinige utiliteitsgebouwen is een meer gedetailleerde methode beschikbaar om te komen tot een energielabel, conform BRL 9500-00 Algemeen deel en BRL 9500-06 Energielabel, utiliteitsgebouwen, detailmethode. Dit is een werkwijze om zuinige gebouwen te beoordelen, maar ook om die prestatie met bewijzen aantoonbaar te maken. Het energielabel wordt bepaald op basis van de coëfficiënt van Ep;tot/Ep;admin volgens NEN 7120 of Qpres;tot/Qpres;toel volgens NEN 2916 (bij bouwplannen van voor 2012).
Bepaling puntenaantal ENE 01 bij industriefunctie
Indien de asset bestaat uit meerdere functies waarbij een deel conform de Asset Energy Calculator rekent en een ander deel op basis van de energielabelmethodiek, moet het gewogen gemiddelde aantal punten op basis van het BVO worden bepaald. De expert onderbouwt de berekening van het gewogen gemiddelde in zijn/haar verantwoording en selecteert de bijbehorende antwoordoptie bij ENE 01 in de assessmenttool.
Bij het invoeren van het gewogen gemiddelde aantal punten onder ENE 01 wordt gekozen voor de antwoordoptie, waarbij niet naar boven mag worden afgerond.
Aanvullend voor EU Taxonomie
In Guidance Note 41 is per gebruiksfunctie een referentiewaarde voor het primair fossiel energiegebruik gesteld. De referentiewaarde voor een gebouw met meerdere gebruiksfuncties wordt bepaald volgens een naar gebruiksoppervlak gewogen referentiewaarden conform NTA 8800. Voor koel- en vriesruimten moet er gebruik worden gemaakt van de Technische Checklist A9.
Voor een gebouw(deel) met industriefunctie kan de energieprestatieberekening conform NTA 8800 conform BREEAM-NL worden uitgevoerd met als referentiegebouw 'een gebouw met sportfunctie', met een correctie voor warmtapwater (zie onderstaand). Deze alternatieve berekening van de energieprestatie wordt altijd door DGBC goedgekeurd. Het project moet hiervoor onderstaande documenten aanleveren bij DGBC, via helpdesk@dgbc.nl:
- De energieprestatieberekening
- Een korte notitie aangeleverd met onderbouwing van de invoerparameters (isolatie, infiltratie, energievoorziening, etc.)
- De procentuele verbetering
- Plattegrond van het gebouw
- Het .xml bestand van de berekening
- Als er gelijkwaardigheidsverklaringen worden gebruikt dienen deze toegevoegd te zijn
- Indien van toepassing: onderbouwing van het aandeel hergebruik restwarmte, zie onderstaand.
Hergebruik van restwarmte van koel/vriescellen of andere industriële processen
Door middel van een goed onderbouwde en gedocumenteerde berekening over een jaarcyclus moet aangetoond worden hoeveel restwarmte door het jaar geproduceerd wordt en hoeveel daarvan door het jaar heen effectief ingezet kan worden voor de ruimteverwarming van de industriefunctie.
Warmtapwater
Voor de industriefunctie dient het energieverbruik voor warmtapwater voor het gehele gebruiksoppervlak in de ontwerpberekening meegenomen te worden uitgaande van de aanwezigheid van een conventionele standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig is. In de referentie ‘gebouw met sportfunctie’ is een grote vraag naar warmtapwater opgenomen. In de bepaling van de energiebehoefte en het primair fossiel energieverbruik mag de energie die nodig is voor deze fictieve warmtevraag van het resultaat uit de energieprestatieberekening worden afgetrokken. Het energieverbruik van gerealiseerde systemen voor warmtapwater dient wel te worden meegenomen in de bepaling.